Vraag en antwoord
Wegkenmerken
- Hoe worden omgevingskenmerken vastgesteld in de Saneringstool?
- Wat wordt er bedoeld met de fractie stagnerend verkeer?
- Hoe wordt er in de saneringstool omgegaan met toekomstige infrastructuur en omgevingskenmerken?
- Hoe wordt er omgegaan met tunnelmonden?
1. Hoe worden omgevingskenmerken vastgesteld in de Saneringstool?
In de Saneringstool worden de volgende omgevingskenmerken gebruikt:
- Wegas-wegrand, afstand (loodrecht) tussen de as en de rand van de weg
- Wegas-gevel, afstand (loodrecht) tussen wegas en de gevel van eventuele bebouwing.
- Toepasbaarheidsafstand.
- Wegtype, typering voor bebouwing langs de weg als vastgelegd in de Regeling en Beoordeling Luchtkwaliteit (RBL).
- Boomfactor, typering voor aanwezigheid van groen als vastgelegd in de Regeling en Beoordeling Luchtkwaliteit (RBL).
- Doorstroomkarakteristiek, typering als vastgelegd in het meet- en rekenvoorschrift.
- Percentage stagnerend verkeer, typering voor als vastgelegd in de Regeling en Beoordeling Luchtkwaliteit (RBL).


2. Wat wordt er bedoeld met de fractie stagnerend verkeer?
In de CAR methode was het altijd al mogelijk om door het toepassen van de snelheidstypering Vd congestie te modelleren voor stadsverkeer. In de praktijk blijkt echter dat er verkeerssituaties zijn waarbij slechts een gedeelte van de dag er zich congestie voordoet. Denk bijvoorbeeld aan spitsuren, spoorwegovergangen of doseerlichten. Door te werken met de 'fractie stagnerend verkeer' wordt slechts voor een gedeelte van de etmaal intensiteit de emissiefactor behorend bij Vd (stagnerend verkeer) toegepast. De weg zelf kan dan een snelheidstypering van bijvoorbeeld Vb, Ve of Vc krijgen. Het resultaat is dat het werkelijke straatbeeld beter wordt gemodelleerd.
3. Hoe wordt er in de saneringstool omgegaan met toekomstige infrastructuur en omgevingskenmerken?
In versie 3 van de Saneringstool zijn de omgevingskenmerken voor alle wegen, voor ieder zichtjaar apart op te geven c.q. aan te passen. Voor nieuwe infrastructuur geldt dat er standaardwaarden worden ingevuld als er geen omgevingskenmerken zijn aangeleverd. De standaardwaarden zijn: bomenfactor 1.00, rekenafstand 10m uit wegrand (op basis van wegontwerp) en wegtype 4. De snelheidstypering is afhankelijk van de maximum snelheid. Nieuwe infractructuur is aan de Saneringstool toegevoegd op basis van opgevoerde IBM projecten.
4. Hoe wordt er omgegaan met tunnelmonden?
In de Regeling en Beoordeling luchtkwaliteit is een passage opgenomen hoe er met tunnelmonden binnen SRM-1 en SRM-2 omgegaan moet worden. Deze rekenregels zijn mede door de ontwikkeling van de saneringstool ontstaan.

