1. Home
  2. Vraag en antwoord

Vraag en antwoord

Verkeerscijfers

  1. Wat is de bron van de gehanteerde verkeersintensiteiten in de Saneringstool?
  2. Kan het voorkomen dat verkeersintensiteiten op het onderliggend wegennet afwijken van cijfers die gemeenten en provincies hanteren?
  3. Hoe wordt het basisjaar 2008 bepaald?
  4. Hoe wordt de intensiteit bepaald voor een gemiddelde weekdag?
  5. Hoe wordt het percentage middelzwaar en zwaar vrachtberkeer bepaald?
  6. Hoe wordt er omgegaan met openbaar vervoer (bussen) binnen de Saneringstool?
  7. Hoe werkt Anders Betalen voor Mobiliteit (AMvB) door in de Saneringstool?

1. Wat is de bron van de gehanteerde verkeersintensiteiten in de Saneringstool?

De verkeersintensiteiten die aan de wegvakken in de Saneringstool zijn toegekend, komen voor ruim 95% uit lokale, regionale of provinciale verkeersmodellen. Voor de intensiteiten op het Hoofdwegennet is gebruik gemaakt van het Landelijk Model Systeem (LMS)

2. Kan het voorkomen dat verkeersintensiteiten op het onderliggend wegennet afwijken van cijfers die gemeenten en provincies hanteren?

Voor het overgrote deel van de verkeersintensiteiten op het OWN in de NSL regio's is gebruik gemaakt van de meest recente verkeersgegevens van gemeenten en provincies. Gemeenten en provincies hebben de gelegenheid gehad om deze te controleren. Buiten de NSL regio's en in een deel van de landelijke gebieden in de NSL regio's is gebruik gemaakt van het Nationale VervoersModel (NVM). De wegen die in de saneringstool vanuit het NVM worden gevoed met intensiteiten zijn voornamelijk stedelijke hoofdwegen en provinciale wegen. Daar kunnen dus verschillen optreden tussen de verkeerscijfers van de gemeenten/provincies en de verkeerscijfers uit de saneringstool. Voor de wegen met de grootste kans op een grenswaardeoverschrijding hebben overigens ook hier checks bij de gemeenten plaatsgevonden. Voor de overige wegen was dat niet nodig, omdat een grenswaardeoverschrijding hier niet waarschijnlijk is.

3. Hoe wordt het basisjaar 2008 bepaald?

Voor alle lokaal/regionale verkeersmodellen met het basis jaar tussen 2004 en 2008 geldt dat het groei percentage 0% is. Na een uitgebreide analyse van de gemiddelde groei van het verkeersvolume op lokale en provinciale wegen is gebleken dat geen significante groei plaatsvindt, in een aantal gevallen is er wel een daling geconstateerd. Om die reden zijn alle basisjaren van de lokaal/regionale verkeersmodellen tussen 2004 en 2008 standaard zonder ophoging gelijk gesteld aan 2008. Een modelbeheerder kan gemotiveerd afwijken van deze werkwijze.

4. Hoe wordt de intensiteit bepaald voor een gemiddelde weekdag?

Wanneer er lokale intensiteiten in werkdag worden aangeleverd, zullen deze door Goudappel Coffeng omgezet worden naar weekdagen. Om de omrekenfactor te kunnen bepalen is per Gemeente op basis van provinciale tellingen en MTR+ data een inschatting gemaakt. Een kaart waarop per Gemeente de geschatte omrekenfactor staat is hier te downloaden.

5. Hoe wordt het percentage middelzwaar en zwaar vrachtverkeer bepaald?

In een aantal verkeersmodellen is deze uitsplitsing al bij het toedelen gemaakt. Wanneer dit niet het geval is, wordt er gekeken of bij de levering van het model door de eigenaar een systeem voor onderverdeling is meegeleverd. In het geval dat er niets bekend is wordt de standaard verdeling van 70% middelzwaar en 30% zwaar gehanteerd. Deze percentages kan een gemeente naar eigen inzicht weer aanpassen op de website.

6. Hoe wordt er omgegaan met openbaar vervoer (bussen) binnen de Saneringstool?

Bussen zijn binnen het NSL een aparte modaliteit. Er bestaat dus de mogelijkheid om de intensiteit van bussen in te voeren dan wel aan te leveren.

7. Anders betalen voor mobiliteit

In het NSL wordt uitgegaan van invoering van Anders Betalen voor Mobiliteit (AMvB) na 2011. Etmaal intensiteiten worden in het NSL aangepast voor het effect van AMvB.